Turnen Dames - Algemene info

Soepel, vlot, technisch perfect en met veel plezier. Zo voer je als turnster op de toestellen je oefeningen uit. Je traint om steeds leniger, sterker en technisch beter te worden. Het is een sport waar je veel doorzettingsvermogen en veel zelfvertrouwen in jezelf moet hebben. Dat doorzettingsvermogen, zelfvertrouwen, lenigheid en kracht e.d. in turnen kun je krijgen als je lid wordt van RKDOS Kampen.

Niveau's

Ieder meisje kan meedoen aan turnen. Je hoeft nog geen ster te zijn op de brug of op de balk, al kan je dat natuurlijk wel worden. Je kunt kiezen voor recreatie- of wedstrijd turnen bij RKDOS. Er zijn verschillende niveaus in het turnen, bij RKDOS komt de turnsters uit in de 1e, 2e, 3e divisie en 4e divisie. Het turnen is ook per leeftijdsjaar ingedeeld namelijk:

Verplicht:

- Instap (8/9 jr.)
- Pupil 1 (9/10 jr.)
- Pupil 2 (10/11 jr.)

Keuze:

- Jeugd 1 (11/12 jr.)
- Jeugd 2 (12/13 jr.)
- Junior 1 (13/14 jr.)
- Junior 2 (14/15 jr.)
- Senior (15 jr. en ouder)

Bij verplicht betekend dit dat alle turnsters dezelfde oefenstof hebben met een paar (kleine) keuze mogelijkheden, bij keuze mogen de turnsters hun oefeningen zelf invullen met elementen, waar natuurlijk wel bepaalde eisen aan zitten. Aan wedstrijden wordt deelgenomen bij clubwedstrijden, regionale en landelijke wedstrijden.

De paardsprong is een techniek uit het turnen die wordt uitgevoerd op het toestel pegasus. De turner start vanuit de beginpositie met een aanloop, zet vervolgens krachtig af op de springplank en zet een schuinsvoorwaartse beweging in waarbij de handen op het paard worden geplaatst en een acrobatische sprong naar keuze volgt. De snelheid van de aanloop is medebepalend voor de essentiële krachtige afzet. De kracht waar mee wordt afgezet is weer van belang voor de hoogte en de lengte van de sprong, wat het mogelijk aantal acrobatische bewegingen bepaalt. De paardsprong wordt afgesloten met een landing, welke in de beoordeling wordt betrokken.

De damesbrug heeft twee ongelijke, in hoogte verstelbare leggers. De breedte en hoogte daarvan varieert per leeftijd. Op de damesbrug kunnen verschillende soorten elementen worden geturnd, zoals:

- Kiepen
- Zwaaien
- Draaien
- Vluchtelementen
- Afsprongen

Op de lagere niveaus van het turnen worden vooral draaien geturnd, zoals de buikdraai, op de hogere niveaus worden steeds meer zwaai- en vluchtelementen geturnd, voorbeeld van een zwaai-element is de reuzendraai, waarbij de turnster geheel gestrekt rond de ligger draait. Bij vluchtelementen 'vliegt' de turnster over de legger, zoals bij een half over, waarbij de turnster de hoge legger los laat, een halve draai maakt in de lucht en de lage legger weer beetpakt. Een veel voorkomende afsprong is de salto.

De balk is een turntoestel dat alleen bij het dames turnen wordt gebruikt.
Bij de balk is het de bedoeling zo moeilijk mogelijke technieken uit te voeren zonder het evenwicht te verliezen. Het hoort te zijn opgebouwd uit:

- Acrobatische onderdelen (flikflakken, salto’s e.d.)
- Gymnastische onderdelen (spagaatsprongen, pirouettes e.d.)

Niet alleen het van de balk vallen wordt bestraft, maar ook zichtbare evenwichtscorrecties en slordigheden e.d. Een oefening wordt afgesloten met een afsprong, waarbij het eveneens aankomt op de combinatie van techniek en stabiliteit. De balk is 10 cm breed; de lengte is 5 meter.

De vloer is een discipline binnen het toestel turnen waarbij op een vierkante vloer van 12x12 m wordt geturnd. In tegenstelling tot de lange mat, die met name op de lagere niveaus wordt gebruikt als alternatief, heeft de vloer een ingebouwde vering, waardoor extra hoogte kan worden verkregen bij de acrobatische series. De vrouwen turnen bij dit onderdeel op muziek, welke geen zang mag bevatten. Een vloeroefening hoort te zijn opgebouwd uit verschillende soorten onderdelen:

- Acrobatische onderdelen (flikflakken, salto’s etc.)
- Gymnastische onderdelen (spagaatsprongen, pirouettes etc.)

Bij de vrije oefening op muziek wordt de oefening verder opgevuld met bewegingen op de muziek. De randen van de vloer zijn gemarkeerd met een lijn. Verliest een turnster haar evenwicht en belandt ze buiten deze lijn, dan betekent dit puntenaftrek. Daarbij wordt van de turners gevraagd om alle hoeken van de vloer te benutten in de oefening.