Puntgaaf kamp bij Elburg

Image“Het was léuk.” De conclusie van een paar jonge turners op weg naar het zwembad was simpel en duidelijk. Ze hadden genoten van het kamp van RKDOS in Elburg. Alles was leuk, of het nu ging om zwemmen, struinen, spelletjes of even niets doen.

 

RKDOS ging voor de derde keer op kamp met turners en springers van de vereniging. Dit jaar was het kamp geen afsluiting van een lang seizoen, maar de start van een nieuw sportjaar. Het kampterrein van scouting Elburg was eenvoudig, maar vol vermaak voor leden van alle leeftijden. Het weer was fantastisch zodat niets een gaaf kamp in de weg stond. En dat werd het ook. De jongens sprongen in het Veluwerandmeer, struinden het terrein af naar takken voor het kampvuur, leerden diabolokunstjes en hadden hun eigen Olympische Spelen op het immense kampterrein.

 

Het kamp begon vrijdag officieel om vijf uur, maar ruim voor dit tijdstip stonden de eerste deelnemers al bij de poort. In mum van tijd was het gros van de jongens binnen. De jonge turners en springers kozen een slaapplaats in de tent van Scouting Elburg, de oudere springers kozen voor een bungalowtent of zetten hun eigen tentje op. In mum van tijd namen de eerste jongens al een duik in het water en kwamen de vishengels tevoorschijn. Na een maaltje van pannenkoeken, gebakken door een paar ouders, was het tijd voor een voetbaltoernooi waar vrijwel iedereen aan meedeed. Daarna werd het kampvuur opgestookt. Vroeg op bed lag natuurlijk niemand, tijdens zo’n eerste kampavond. Tot diep in de nacht warmde een groepje zich aan het kampvuur. Sommigen deden geen oog dicht en waren om kwart voor vijf in de ochtend nog aan de praat. De eersten meldden zich al weer vroeg.


In de loop van de ochtend kwamen de jongens die alleen de zaterdag mee zouden doen aan bij het kamp. De ochtend was voor iedereen vrij te besteden. Zwemmen bij de botensteiger, balanceren op een meerpaal, varen in een badkuip, een ballet van waterballonnen: het kon allemaal. En vissen natuurlijk, al wilde het niet echt lukken met de vangst. Een van de hengelaars ving nauwelijks vis, maar sloeg wel een meeuw aan de haak.


De Olympische Spelen, bedacht door de trainers, leken in niets op het echte evenement in Peking, maar dat mocht de pret niet drukken. Teams met namen als Armworstelaars en Azerbeidzjan trokken een auto, moesten op kratjes naar de overkant, hingen aan een spijkerbroek en legden een hindernisbaan af met ondermeer tien rondjes rondje en pion. En er was natuurlijk een handstandwedstrijd waarbij menigeen het lang volhield. Na de barbecue was het tijd voor het Dierengeluidenspel in het bos op het scoutingterrein. De groepjes van de Spelen moesten op zoek naar onder meer een aap, een koe, een schaap en een mama- en papagaay en trotseerden daarvoor menige doornenstruik. Na het opstoken van het kampvuur was het voor menigeen bedtijd. Een enkeling viel al op een stoel in slaap. De tweede nacht was het opvallend rustig. Voor half acht was niemand zijn bed uit.


Daarna was opruimen het parool voor iedereen. Rond half tien ging de reis naar het zwembad in Nunspeet. De jongens zetten het bad op stelten, mede doordat het 25 meter bad met duikplank niet in gebruik was. Met zijn dertigen van de glijbaan, dat kan nooit goed gaan. Doodop keerde de meute terug naar het kampterrein waar de eerste ouders al stonden te wachten op hun kroost. “Het kamp was leuk’’, klonk meer dan eens en was eigenlijk een understatement. De sfeer was opperbest, de jongens hadden het ontzettend naar de zin.

 

Ruim dertig turners en springers waren van de partij. Iedereen die heeft meegedaan aan het kamp, of het nu turners, springers, trainers en ouders waren: bedankt. Zonder jullie was het kamp niet zo'n succes geworden als nu.